Drijvende betoncentrale maakt vrachtwagens overbodig

De levering van beton leidt tot veel transport op de wegen en op de werf. Maar wat als de betonproductie op het water kan gebeuren? Dat idee hadden ze bij Gebroeders De Rycke en vandaag is hun Bonton, een drijvende mobiele betoncentrale, een feit. Het eerste beton uit de drijvende centrale was voor de Cockerillkaai in Antwerpen. 

Wie zich wel eens richting Antwerpen begeeft, is vertrouwd met het fileleed in en rond de stad. Gebroeders De Rycke, leverancier van bouwmaterialen en gevestigd in Antwerpen, krijgt er dagelijks mee te kampen. “We dreigden een deel van onze afzetmarkt op rechteroever te verliezen omdat we zo veel tijd verloren in de file”, vertelt zaakvoerder Koen De Rycke. “Tegelijk hadden we na werken aan de Kieldrechtsluis twee betoncentrales op overschot waar we niet meteen een toepassing voor vonden.”

Cockerillkaai
Artes Roegiers staat in voor de stabilisatie van de kaaimuur. In totaal plaatst het bedrijf 12.180 m² slibwand, 12.600 m² asfaltmatten en 500 grondankers. (Beeld: Artes Roegiers)

Om die problemen te verhelpen, begon het idee van een drijvende betoncentrale te rijzen. “Na heel wat berekeningen, de aankoop van een tweedehands ponton en een stabiliteitsstudie was ons Bonton geboren. De benaming is een samentrekking van beton en ponton”, vertelt Koen De Rycke. “De installatie is gemonteerd op een ponton van 13 op 50 meter en is 14 meter hoog. Het Bonton is daarmee geschikt voor alle grote werven in de wijde omgeving van een grote waterweg.

We bouwden een tweede vaartuig voor de stock van de granulaten waar een kraan over kan rollen die de centrale bevoorraadt.”

Stabilisatie Cockerillkaai
Het Bonton kreeg zijn vuurdoop bij de Cockerill-kaai in Antwerpen. Artes Roegiers werkt daar aan de stabilisatie van 400 m kaaimuur. “We stabiliseren de kaaimuur door het plaatsen van een zware diepwand als verankering”, vertelt Ward Vertonghen, projectleider bij Artes Roegiers. “De kaaibelasting op de historische fundering wordt significant verminderd door het maken van een ontlastingskelder. Wanneer de kelder klaar is, gaan we 4 m van de kaaimuur vooraan afbreken en opnieuw betonneren met structuurmatten. We herstellen 3 m van de kaaimuur met beton. De bovenste meters metsen we op met de oude natuursteen die we hebben gerecupereerd.” In totaal gaat het over 12.180 m² slibwand, 12.600 m² asfaltmatten en 500 grondankers.

Cockerillkaai
Een tweede vaartuig staat in voor de stock van de granulaten. (Beeld: Lucym Aerial Filmphotograhpy)

Weinig of geen voertuigen nodig
Voor het betonneren van de diepwanden, dreef het Bonton van Gebroeders De Rycke gedurende vier maanden op de Schelde. “Het grote voordeel bij de Cockerillkaai was dat we het beton rechtstreeks in de bekisting konden pompen”, vertelt Koen De Rycke. “Er is geen enkel voertuig aan te pas gekomen. Niet elke werf is hier geschikt voor. Desgevallend rijden we met voertuigen op het ponton. Maar ook dan realiseren we de betonlevering met een pak minder voertuigen dan bij een traditionele levering. Zo gebruiken we voor de tweede werf waar we nu met ons Bonton liggen – een tankpark in de haven van Antwerpen – drie voertuigen in plaats van de gebruikelijke vijftien.”

Leveringszekerheid
Koen De Rycke ziet tal van voordelen in de drijvende betoncentrale: “De klant heeft zijn productie-eenheid naast zich liggen en is permanent verzekerd van levering. Indien de werf evoor geschikt is, zoals de Cockerillkaai, is rechtstreeks pompen ook economisch interessant. Wij verwachten dat de milieu-impact in de toekomst mee de kostprijs van een bouwwerk zal gaan bepalen. Daar speelt onze drijvende centrale nu al op in.”

Cockerillkaai
Het Bonton heeft voor de betonproductie op de Cockerillkaai 5.000 tot 8.000 vrachtwagens van de weg gehaald. (Beeld: Lucym Aerial Filmphotograhpy)

Technische uitdaging
Een drijvende betoncentrale kent in ons land geen precedent. “Het was dan ook niet eenvoudig om het beton BENOR-gecertificeerd en de centrale vergund te krijgen, maar het is ons gelukt”, zegt een tevreden zaakvoerder. “Ook het technische aspect was een uitdaging. Stabiliteit is erg belangrijk en voor het afwegen van de grondstoffen zelfs van kapitaal belang. We wisten niet of de golfslag het wegen zou beïnvloeden, maar dat blijkt niet het geval. Het Bonton is bijzonder stabiel.”

De drijvende betoncentrale is na vier maanden aan de Cockerillkaai meteen verhuisd naar een volgende werf. “Er is veel vraag naar, ook vanuit het buitenland. Rotterdam, Kopenhagen en Parijs hebben al interesse getoond. Onze centrale heeft voor de betonproductie op de Cockerillkaai 5.000 tot 8.000 vrachtwagens van de weg gehaald. Dat is toch niet onbelangrijk”, aldus Koen De Rycke.

Tekst | Liesbeth Verhulst  Beeld | Lucym Aerial Filmphotograhpy en Artes Roegiers
Uitgelichte foto: 
De drijvende betoncentrale is voor het eerst gebruikt voor de stabilisatie van de Cockerillkaai in Antwerpen. (Beeld: Lucym Aerial Filmphotograhpy)