Platform over beton en staal in de bouw
‘Alles valt of staat met het delen van kennis om de branche levend te houden’
Nieuwe voorzitter van Vereniging Wapeningsstaal Nederland Peter Megens.

‘Alles valt of staat met het delen van kennis om de branche levend te houden’

Nieuwe voorzitter van Vereniging Wapeningsstaal Nederland Peter Megens

Sinds september staat er een nieuwe man aan het roer van de Vereniging Wapeningsstaal Nederland (VWN). De 53-jarige Peter Megens, die al enkele jaren in het bestuur zitting had, gaat nu als preses de kar trekken. In zijn dagelijks leven is hij werkzaam als Manager Testen Metalen én betrokken bij R&D bij de firma Concrefy. Hoe hij zijn voorzittersrol bij de VWN gaat invullen? We vroegen het hem.

Waarom bent u voorzitter geworden?

“Ik was al enkele jaren nauw betrokken bij de vereniging. Vanuit mijn gewone werkende leven heb ik bovendien veel expertise in beton en wapening. De kennis is er dus. Feit was echter dat we al enige tijd geen voorzitter hadden. Het werd tijd om die vacature in te vullen, om als organisatie op een goede wijze te blijven functioneren en richting te geven aan de visie van de vereniging. De vorige voorzitter heeft overigens goed werk verricht, hij besteedde ongelooflijk veel tijd en energie aan de vereniging. Maar zoals gezegd: de functie was al een tijdje niet ingevuld en ik ben zeer gemotiveerd om het voorzitterschap te vervullen.”

De meeste nieuw aangetreden voorzitters – waar dan ook – zeggen vaak dat ze de eerste 100 dagen van hun bestuurstermijn ‘het land ingaan’ om met de achterban te spreken en om een basis te leggen voor toekomstig beleid. Hoe zag dit er voor u uit?

“Ik ken de vereniging natuurlijk al goed, door mijn actieve rol in het bestuur van enkele jaren. Maar ook door mijn betrokkenheid bij de Commissie Techniek. Dus ik spreek niet zo scherp van ‘de eerste 100 dagen’. Natuurlijk is het wel zo dat ik hierover vooraf overleg heb gevoerd en ook steeds zal voeren. Ik heb aan Michel Tonino, directeur van de vereniging, een goede sparringpartner maar het moet wel duidelijk zijn welke richting we op gaan. Op welke wijze geven we richting aan onze visie en missie? En, zijn we in staat onze doelen voldoende duidelijk te definiëren en met de leden te communiceren? Ik denk dat we meer interne bijeenkomsten moeten organiseren met als doel om de onderlinge kennisdeling te stimuleren en feedback van de leden te verkrijgen. Dat soort bijeenkomsten draagt er aan bij dat wij – als bestuur, en ik als voorzitter – nog meer zullen ontdekken wat er leeft, maar dat is eigenlijk een voortdurende opgave die ik mezelf stel. Die zou ik niet zo scherp op 100 dagen willen stellen. De bottom line is: méér contact met de leden.” 

Wat zijn nu de belangrijkste uitdagingen voor de vereniging?

“Als ik het beredeneer vanuit de techniek, dan blijven we actief de ontwikkeling van normen en regelgeving volgen. We zijn in allerlei overlegorganen vertegenwoordigd om de belangen van de leden te kunnen uitdragen en nemen als vereniging ook het initiatief om richtlijnen te ontwikkelen. Ik denk daarbij bijvoorbeeld aan de beoordelingsrichtlijn voor vlechters. Deze is ontwikkeld om in het kader van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) handvatten te bieden om controles en registraties goed vorm te geven. Vanuit het perspectief van opleidingen willen we scholing stimuleren. Het is belangrijk om voldoende vakmensen in de sector te hebben. We zullen ons vakgebied daarom verder in het onderwijs onder de aandacht moeten brengen. En dan kom ik vanzelf bij het derde perspectief: de promotie van onze branche. Onbekend maakt onbemind. We moeten de studenten van nu meer laten zien over werken in de betonstaalsector. Zo stonden we op 16 november tijdens het Betonevent op het studentenplein. Feitelijk heb ik het hier dus over personeelswerving voor de toekomst.”  

Waar mogen we u over enkele jaren op afrekenen?

“Ik streef naar continuïteit van de vereniging, waarbij ledengroei van belang is. En ik streef naar meer inzet op het delen van kennis binnen en buiten de vereniging. Ik wil de VWN letterlijk meer laten leven.”

Over de verkiezingen van 22 november… Het formeren van een nieuw kabinet begint. Wat wilt u nu al zeggen tegen een toekomstige nieuwe minister van bouw of infra?

“Demissionair minister de Jonge heeft in 2021 aangekondigd dat er 900.000 woningen gebouwd moeten worden vóór 2030. Daarvoor is een toename van de jaarlijks te bouwen woningen noodzakelijk, maar in praktijk blijkt zelfs sprake te zijn van een afname van het aantal nieuwbouwwoningen dat er in 2023 bij komt. De nieuwe minister zal zich moeten richten op het realiseren van deze doelstelling. Wanneer de bouw stagneert of krimpt, heeft dat negatieve gevolgen voor de aannemers en toeleverende bedrijven. Dit kan resulteren in de uitstroom van vakmensen die mogelijk niet meer terugkeren wanneer de markt aantrekt. Dat scenario moeten we te allen tijde zien te voorkomen.”   

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details