Tagarchief: Liesbeth van der Pol

Draagkracht voor beton en staal

Lees het gehele artikel

Beton en staal, het zijn de meest fantastische materialen die je je maar kunt voorstellen. Het mooie van staal is dat het echt kracht uitdrukt en dat het er tegelijk cool uitziet. Beton daarentegen is in aanvang natte troep, maar ook dat is fantastisch in die zin dat het zich leent om in alle mogelijke vormen te kunnen gieten. 

Het woord stoer hoort bij staal. Of het nu een project is in de scheepsbouw, bruggenbouw of gewoon in de bouw: de mooiste constructies zijn van staal. Een goed voorbeeld daarvan is het ontwerp van de WKK-warmtekrachtcentrale in Utrecht. Een enorm bouwvolume van 6.000 m3 waarin gigantische machines staan opgesteld, die aan het zicht zijn onttrokken door een 26 meter hoge huid van staal. Een indrukwekkend plaatje en verre van alledaags. Dat geldt ook voor de Rooie Donders in Almere, drie woongebouwen met opmerkelijke geprofileerde staalplaten in een rode tint. Het fijne aan staal is dat je het kunt buigen en zetten en het daardoor aan (draag)kracht toeneemt. Er ontstaan schaduwwerkingen die staal maximaal laten spreken. Staal is stoer en cool.

Beton leent zich zoals gezegd ontzettend goed om in allerlei vormen te gieten. Wij passen heel veel beton toe in ronde balkons of golvende betonranden die een in de basis eenvoudig gebouw een wulpse en enthousiaste uitstraling bezorgen. Romantiek uitdrukken met een keihard materiaal, daar is bijna geen ander materiaal toe in staat. 

Natuurlijk moeten we nadenken over duurzaamheid. Het meest geijkte antwoord is dan om uit te gaan van hergebruikte onderdelen om staal te maken en menig betonstructuur van een gebouw door de gehaktmolen te halen, om toe te passen in nieuw beton. Dat ligt best voor de hand. Echt ‘groen’ wordt het als je met beton en staal ontwerpen maakt waarin je bijvoorbeeld planten laat groeien of waar voedsel te halen is voor insecten. Het feit dat we alleen sierbeton of staal als huid toepassen op onze gebouwen, zal niet meer volstaan. We zullen ernaar toe moeten dat als we nieuwe woningen toevoegen we tegelijk ook groen toevoegen. Op daken, op balkonranden, op centrale plekken. Bij The George hebben we aan de betonrand grote plantenbakken bevestigd om op een fantastische manier groen te laten neerdalen. 

We hebben de afgelopen anderhalve eeuw voor een aantal grote uitdagingen gestaan. De naoorlogse woningnood was gigantisch, destijds is er heel experimenteel gebouwd. Denk aan de duo-woningen in prefab beton. Eigenlijk staan we nu weer voor zo’n opgave. Zowel de woningnood is vergelijkbaar als de schaarste aan grondstoffen. De grotere diversiteit aan wensen door een toename van het aantal ouderen, alleenstaanden, enz. maakt dat we een ander woonproduct nodig hebben dan na de oorlog. Bovendien zijn we ook meer ‘verwend’. 

Het is al met al een fantastische tijd om architect te zijn. Er wordt weer van je gevraagd dat je maximaal experimenteert. Opdrachtgevers zullen ook de ogen moeten openen. Zij hebben de zaak enorm dichtgetimmerd met vierkante meters en grondafspraken. Dat zal moeten worden doorbroken. Er moet ruimte komen om te experimenteren om letterlijk meters te maken, zowel in snelheid als qua duurzaamheid. Beton en staal zijn en blijven daarin essentieel.