Tagarchief: Milad Pallesh

Bouwkunst of Beeldkunst

Milad-Pallesh
Lees het gehele artikel

De rol van de architect in het bouwproces is al jarenlang aan het verschuiven. Wie is nog een bouwkunstenaar die het hele palet van het ambacht beheerst? Architecten, en met name jonge architecten, worden inmiddels vooral ingezet voor de ‘snelle winst’. Een goed verhaal, flashy diagrammen, een mooi beeld en vooral veel groen. Heel veel groen! Of, zoals Petra Blaisse zegt: ‘druip-groen’. We worden met z’n allen, als we niet uitkijken, steeds beter in het maken van beelden en schema’s, maar steeds slechter in het maken van een goed architectonisch detail. Dat is niet waar echte bouwkunst om draait, toch?

Door de focus op snelheid, rendement en het afvinken van lijsten met duurzaamheidsscores dreigt de beheersing van de bouwkunst te verdwijnen, terwijl architectuur een bouwkunst is, geen beeldkunst. Bouw en kunst: in deze twee woorden zit al het streven naar ambachtelijke schoonheid besloten. Die is helaas vaak ver te zoeken in gemiddelde (woning)bouwprojecten. Waar is de liefde voor esthetiek? Moet schoonheid, ook al is deze subjectief, niet net zo zwaar wegen in de Excel-lijstjes als het rendement van een gebouw? Van Herman Zeinstra leerde ik ooit dat architectuur ‘je hart moet beroeren’. Er zijn tegenwoordig maar weinig nieuwe gebouwen in Nederland die daadwerkelijk een emotie bij me opwekken. Ik lees er toch vooral een door de regels in een keurslijf gedrukte professie in… en het streven om zo efficiënt mogelijke gebouwen te maken. 

Het beoefenen van de kunst van het bouwen is geen luxe maar noodzaak, in mijn ogen. Om te spreken met de Franse Julien Guadet, architect en theoreticus aan de Franse École des Beaux-Arts: architectuur begint met een ontwerp, dan komt de studie, dan de uitvoering. Daarbij is ‘bouwen’ het einddoel van het ontwerp en de studie. Ruim 121 jaar geleden schreef Guadet daarover: ‘Het bouwen moet bij de architect steeds voorop staan, daaraan ontleent hij zijn middelen, daarin ligt ook zijn beperking. Pogingen tot architectuur die niet uitvoerbaar is, tellen niet mee’. Dit klinkt zo simpel, maar in de praktijk is het dat niet. Want immers: als architecten de kans niet krijgen om de ambachtelijke kant van het vak te ontwikkelen, dan verschraalt daarmee onze kennis en kunde, en daarmee het vakgebied als geheel. De architect wordt in dat geval gereduceerd tot een vormgever die met de RAL-waaier een kleur voor de kozijnen mag komen uitzoeken.

Het is inmiddels bijna onrealistisch om te denken dat je als architect een volledige opdracht krijgt. Je mag in je handen knijpen als je een VO-plus mag maken en met wat geluk een esthetische supervisierol krijgt in de – cruciale! – fasen die daarop volgen. Er is een reden waarom (jonge) architecten door opdrachtgevers worden gebeld met de retorische vraag: ‘Hoe zie jij je rol in het bouwproces?’ Het antwoord is duidelijk, maar aan een subjectieve argumentatie hebben zij meestal geen boodschap. Tegelijkertijd krijgen aannemers en adviseurs een steeds groter aandeel in het bouwproces. Ieder zijn vak, maar ik zou er voor willen pleiten dat de architect weer een integrale rol gaat bekleden in het bouwproces, van ontwerp tot oplevering. Niet als tekenbureau, maar als volwaardig bouwteamlid. 

Iedereen roept: ‘Bouwen doen we samen!’, maar vooralsnog zijn het vaak de ontwerpers die halverwege het spel niet meer mee mogen doen.   

Milad Pallesh
Architect/oprichter van Studio Pallesh