Tagarchief: SGS INtron

Meer aandacht voor risico’s bouwschade

orig-auditor-inspecting-building-under-construction–Getty-7358
Lees het gehele artikel

Verplichte periodieke keuring voor CC3-gebouwen?

SGS INTRON is onderdeel van SGS, wereldleider op het gebied van inspectie, controle, analyse en certificering. Het bedrijf houdt zich onder meer bezig met materiaalonderzoek, advies over en innovatie van bouwmaterialen en bouwprocessen. Én met het onderzoeken van bouwschades. “Een bouwschade heeft zelden maar één oorzaak, het is vaak een combinatie van factoren.”

Soms komt de praktijk niet overeen met de bouwtekening.

Ron Leppers, directeur SGS INTRON: “Bij bouwschades voeren wij technisch onderzoek uit als onafhankelijke partij.” Zo was SGS INTRON onder meer betrokken bij het onderzoek aan verschillende bekende panden, zoals de balkons van Patio Sevilla in Maastricht (2003), de parkeergarage onder het Bos en Lommerplein (2006), de galerijen van de Antillenflat in Leeuwarden (2011), de parkeergarage in aanbouw bij Eindhoven Airport (2017) en het dak van het AZ-stadion (2019). 

Bouwschade heeft vaak vergaande gevolgen.

Afwijkende constructies

Doel van het schadeonderzoek is onder meer het vaststellen van de oorzaak om zo herhaling te voorkomen of om een bijdrage te leveren aan het oplossen van de schuldvraag. Leppers: “Wij beoordelen bijvoorbeeld de hoeveelheid aan gewapend staal in het beton en of er sprake is van wapeningscorrosie. Of de kwaliteit van het uitgevoerde laswerk of de coating. Maar eigenlijk is de oorzaak nooit één ding; het is altijd een samenspel van factoren. En vaak zien wij dat de schade is terug te voeren naar wijzigingen ten opzichte van het oorspronkelijke ontwerp.” 

Door al tijdens de bouw periodieke controle uit te voeren, voorkom je problemen achteraf.

Signalen

“Wij komen bouwschades tegen waarbij de afwijkingen zo groot zijn dat je eigenlijk vroegtijdig al weet dat je problemen kunt verwachten. Soms horen we ook achteraf dat er tijdens de bouwfase al signalen waren, zoals bijvoorbeeld plasvorming op verdiepingsvloeren of scheurvorming. Maar dat blijkt niet altijd een reden om vroegtijdig aan de bel te trekken.” 

Periodieke keuring

Voor nieuwbouw treedt naar verwachting op 1 juli 2022 de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. Deze wet voorziet in controles om te borgen dat nieuwbouw ook daadwerkelijk conform het ontwerp gebouwd wordt. Voor bestaande bouw is er nog geen kwaliteitsborgingssysteem en SGS maakt zich met andere partijen sterk voor een periodieke keuring van onder meer CC3-gebouwen. “Van veel bestaande gebouwen weten we te weinig. De eigenaren zijn verantwoordelijk voor het onderhoud en het controleren op schades. Maar we kunnen niet verwachten dat zij in alle gevallen deskundig zijn. Daarom ben ik voorstander van een wettelijke regeling, zoals die nu al geldt voor zwembaden en galerijvloeren. Verplichte inspecties leiden hier wel degelijk tot verbetering.” 

Soms is de bouwschade van buitenaf zichtbaar, maar zeker niet altijd.

Volop technieken

Hoe zo’n borgingssysteem voor bestaande bouw eruit moet zien? Leppers: “Op basis van een nulmeting kun je dan afspraken maken over welke onderdelen gekeurd moeten worden en hoe vaak. Risicogestuurd dus. Mijn pleidooi is: er zijn volop technieken beschikbaar om gebouwen te controleren. Maak hier gebruik van. Dan weet je precies wat de daadwerkelijke situatie is, kun je schade voorkomen en de veiligheid garanderen. Bedrijven hebben vaak niet alle deskundigheid in huis. Schakel dus externe specialisten in als dat nodig is. Dat doen wij ook, bijvoorbeeld constructeurs om de constructie na te rekenen.”   

Inspectie voetbalstadions is ondergeschoven kind

Lees het gehele artikel

Als het in voetbalstadions fout gaat, kan het dramatisch fout gaan. Zo kwamen in het Engelse Hillsborough 96 mensen om het leven omdat de supporters door staantribunes en hekken in de verdrukking kwamen. In Luzhniki werd de wedstrijd wreed verstoord door gladde tribunes en in Guatemala lieten 83 supporters het leven door overbezetting van het stadion. We kunnen deze rampen in Nederland nog voorkomen.

Tekst | Liliane Verwoolde  Beeld | SGS Intron

Helemaal vrij van incidenten zijn de Nederlandse stadions niet. Zo kwam tijdens een zware storm het dak van het AZ-stadion naar beneden, gelukkig zonder persoonlijke ongevallen. In het FC Twente-stadion stortte de dakconstructie in en viel een dode te betreuren. Deze gebeurtenissen hebben de discussie aangewakkerd om erger te voorkomen. Zijn burgemeesters en ambtenaren wel de aangewezen personen om een stadion veilig te verklaren?

Protocol Constructieve Veiligheid

Maarten Swinkels volgt deze discussie op de voet. Als senior consultant van SGS Intron weet hij dat stadioninspecties kostbaar en tijdrovend zijn. Dit zou een reden kunnen zijn – zeker als het betreffende stadion privébezit is – om inspecties op de lange baan te schuiven. Reden te meer om het door constructiebureau ABT en in opdracht van het Ministerie van Binnenlandse Zaken opgestelde ‘Protocol Constructieve Veiligheid Stadions Betaald Voetbal’ toe te juichen.

Een belangrijke eerste stap

“Het protocol is nog niet verplicht”, weet Swinkels. “Het is degelijk onderbouwd en geschreven vanuit het perspectief van een constructeur. Dat maakt de constructeur automatisch tot de partij die het onderzoek volgens dit protocol gaat uitvoeren. Liever had ik gezien dat zo’n belangrijk onderzoek wordt uitgevoerd door een team, waarvan alle leden kijken vanuit hun eigen kennisgebied. Ik denk hierbij aan een constructeur, ontwerper, ervaren inspecteur, materiaaldeskundige, corrosiespecialist, specialist risicoanalyse en niet te vergeten een gebruiker. Dan kun je de inspectie op ontwerp en bouw uitbreiden met inspectie op gebruik en onderhoud.”

SGS Intron heeft inmiddels ruime ervaring in het inspecteren van materialen en het analyseren van risico’s. Hiermee heeft zij alles in huis om – samen met de constructeur – een totaalonderzoek uit te voeren. “Stadioninspecties zijn een ondergeschoven kind. Laten we er iets aan doen, nu het nog kan.”

Vier-stappenprotocol detecteert Chroom 6

shutterstock_1069670051-kopieren
Lees het gehele artikel

In 2017 verschenen de eerste alarmberichten. De aanwezigheid van Chroom 6 in coatings is uiterst schadelijk voor onze gezondheid. Maar de kennis ontbrak. Waar en hoe moesten organisaties beginnen met het onderzoek naar deze risicovolle stof? Nu – twee jaar later – beschikken we over een vier-stappenprotocol, waarmee de aanwezigheid van Chroom 6 haarzuiver kan worden opgespoord.

Sinds 2017 zijn er meerdere methoden ontwikkeld om Chroom 6 te traceren; elk met zijn eigen voor- en nadelen. De methode die leidt tot de meest betrouwbare uitspraak, is die van SGS. Deze methode stelt namelijk in vier stappen vast of Chroom 6 aanwezig is, inclusief de hoeveelheid en het gehalte waarin de stof is toegepast.

Risico’s bij direct contact

“Chroom 6 is overal om ons heen”, weet Wil Klarenaar, materiaalonderzoeker bij SGS. “Ook als je het niet verwacht. Het kan in de afwerklagen zitten van stoepranden, hekwerken, bruggen, vaar- en voertuigen. Gelukkig is het meestal niet gevaarlijk. Zo lang er geen direct contact plaatsvindt, is er niets aan de hand. De vervelende effecten kunnen ontstaan als de coating bewerkt wordt, bijvoorbeeld door slijpen of schuren.”

Vier-stappenprotocol detecteert Chroom 6 | SGS Intron

Stap 1 van het SGS-onderzoeksprotocol.

 

Lastig te onderzoeken

Toen de risico’s van Chroom 6 bekend waren, was er grote behoefte aan een methode waarmee de aanwezigheid van Chroom 6 kon worden vastgesteld, voordat met de materialen aan de slag werd gegaan. Maar dat bleek een lastige klus. Klarenaar: “Chroom 6 is toegepast met een reden. Het geeft bijvoorbeeld een uitstekende hechting. Dat maakt het moeilijk te verwijderen. Bovendien is het reactief. Zodra Chroom 6 in contact komt met een andere stof, kan het zomaar veranderen in Chroom 3.”

Vier-stappenprotocol

Het vier-stappenprotocol van SGS ondervangt deze problemen. In stap 1 wordt met een draagbaar meetinstrument gescand of chroom op de inspectielocatie is toegepast. In stap 2 wordt ter plaatse onderscheid gemaakt tussen Chroom 6 en andere chroomsoorten. Tijdens stap 3 wordt in het laboratorium vastgesteld in welk gehalte de stof aanwezig is en tijdens de laatste stap wordt met de elektronenmicroscoop bekeken waar in de verf het Chroom 6 is toegepast. “Deze vier stappen leiden gegarandeerd tot een betrouwbare uitspraak”, verzekert Klarenaar.   

PARO ontvangt eerste CSC-certificaat voor betongranulaat

paro
Lees het gehele artikel

SGS Intron heeft op 13 mei jl. CSC-brons uitgereikt aan PARO. Daarmee biedt PARO als eerste in Nederland haar afnemers zekerheid dat de secundaire toeslagmaterialen in beton op een verantwoorde manier worden geproduceerd. Sinds 1 februari 2017 is het CSC-certificaat (Concrete Sustainability Council) de standaard voor een duurzame betonketen in Nederland.

PARO verwerkt bouwgerelateerde afvalstoffen tot allerlei soorten herbruikbare grond- en bouwstoffen, waaronder ook betongranulaat. De betonindustrie is daardoor een belangrijke klantengroep voor PARO. Frenklin den Haan, bedrijfsleider bij PARO, is trots: “Ons betongranulaat is vanaf nu CSC-gecertificeerd. Dat wij de eerste binnen dit segment zijn komt, omdat ondernemen en innoveren volgens de principes van de kringloopeconomie diep verankerd liggen in onze bedrijfsvoering. Het heeft ons in Nederland toonaangevend gemaakt in afvallogistiek, afvalverwerking en afvalrecycling.”

Volgens Den Haan voldoen alle granulaten aan de eisen en normen en worden producten altijd geleverd met kwaliteitscertificaten. “Bij PARO zijn wij groot voorstander van 4/16 en 4/32 betongranulaten. Het wordt nog weinig toegepast, maar we zien wel een steeds grotere vraag ontstaan. De kwaliteit van het granulaat wordt dus steeds belangrijker.” Betonhuis heeft samen met BRBS Recycling een richtlijn samengesteld voor recyclinggranulaten, die kunnen worden gebruikt als toeslagmateriaal in beton. Er zijn verschillende betonkwaliteiten en er zijn verschillende kwaliteiten recyclinggranulaten. Het overzicht van verschillende kwaliteitsklassen is bedoeld als handvat bij gebruik van recyclinggranulaten in beton. “Een prima initiatief van de brekers en betonproducenten. Met PARO CSC zijn wij klaar voor een circulaire economie. Wat ons betreft ligt de bal nu bij de opdrachtgever. Reststromen na slopen kunnen in nieuw beton beter worden benut.”

Tijdens de audit van SGS Intron werd geconstateerd dat PARO op diverse aspecten hoog scoort. Hoge scores werden onder andere behaald op bedrijfsvoering, milieu en veiligheid & gezondheid. PARO laat hiermee zien dat gefocust wordt op een duurzame bedrijfsvoering en inrichting van processen. Zorg voor mens, milieu en maatschappij staan hierbij centraal.

CSC-certificering

Het certificaat biedt de afnemer van beton zekerheid over een duurzame, verantwoorde herkomst van de gebruikte grondstoffen, een optimaal productieproces en recyclebaarheid. Voor de producent is het een stimulans om te blijven innoveren en actief bezig te zijn met productontwikkeling. Door de internationale erkenning geeft het CSC-certificaat voordeel bij het zaken doen op de internationale markt. Er zijn vier CSC-niveaus: brons, zilver, goud en platina. In Nederland is CSC-NL de regionale systeembeheerder van de internationale CSC-regeling. De feitelijke certificering wordt uitsluitend uitgevoerd door bij CSC aangesloten en onafhankelijke certificerende instellingen; SGS Intron is er een van. Voor meer informatie over het certificaat CSC en de rol van SGS in het behalen van het certificaat www.csc-nl.nl of www.sgs.nl.