Tagarchief: TOEKOMST

Dag van de Oppervlaktetechnologie 2019; heeft u zich al aangemeld?

vion_logo_handtekening_versie-kopieren
Lees het gehele artikel

Een blik op de toekomst van de oppervlaktetechnologie. Dat zou in het kort de omschrijving kunnen zijn van de Dag van de Oppervlaktetechnologie, die op 13 november 2019 door Vereniging Industrieel Oppervlaktebehandeld Nederland (Vereniging ION) wordt georganiseerd bij de TU Delft.

De vraag naar geavanceerde oppervlaktetechnieken wordt net zoals de verantwoordelijkheid voor de applicateur steeds groter en de verwachtingen aan de coating steeds hoger. Daarom gaan de ontwikkelingen in de oppervlaktetechnologie heel snel en is het voor kennisinstellingen, applicateurs en toeleveranciers noodzakelijk om nieuwe technieken te ontwikkelen. Maar ook de gebruiker zal bijgepraat moeten worden over de mogelijkheden. Voor al deze stakeholders is de Dag van de Oppervlaktetechnologie een uitgelezen kans om in een beperkte tijd veel kennis te verzamelen, en wellicht de basis te leggen voor grensverleggende toepassingen.

Gedurende de middag zijn er diverse presentatie geprogrammeerd met onderwerpen zoals;

  • Meten van Chroom(VI) in verf
  • Geavanceerde experimentele en modelmatige benaderingen om corrosie van metalen beter te begrijpen en te voorspellen
  • Corrosie onder isolatie, een sluipmoordenaar in de industrie
  • Verchromen van staalband vanuit een Chroom(III) bad in een continulijn
  • Passiveren van aluminium (vervangen Chroom(VI))
  • Optimaliseren badafzuiging galvano industrie
  • Gerecycled aluminium als mogelijk probleem voor de oppervlaktebehandelende industrie
  • Veilige werkwijzen met CMR-stoffen (waaronder Chroom(VI)) en het project ‘Voorkomen van blootstelling’
  • Transportcoatings op staal en het verwijderen daarvan
  • Thermisch spuiten in de vliegtuig MRO industrie
  • Chroom(VI)-vrije coatingtechnologie voor de vliegtuigindustrie
  • Straalmiddelen en de recente ontwikkelingen
  • Kleur en kleurafwijkingen bij poedercoatings
  • Wat betekent NACE in de oppervlaktebehandelende industrie?
  • Vervanging van oplosmiddelen in coatings
  • Functionele eigenschappen van smeermiddel-geïmpregneerd geanodiseerd aluminium

 

Dit jaar wordt de Dag van de Oppervlaktetechnologie gecombineerd met een rondleiding door de laboratoria van de TU Delft, de Algemene Ledenvergadering van Vereniging ION en de verplichte updateworkshops van Vereniging Qual.ION voor de kwaliteitslabels Qualicoat, Qualisteelcoat en Qualanod.

In het gehele programma is er veel ruimte om te netwerken, eventueel een bezoek te brengen aan The Green Village van de TU Delft en om de inwendige mens te versterken.

Bent u ook aanwezig? Kijk dan voor meer informatie of om u aan te melden op www.vereniging-ion.nl.

Interview | Prof.dr.ir. Klaas van Breugel – De toekomst van beton

Foto-1-TU-Delft-kopiëren
Lees het gehele artikel

Samen met de staalindustrie veroorzaakt de betonproducerende sector zo’n 20 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Een cijfer dat maar moeilijk te reduceren is. Enerzijds blijft de mondiale vraag naar beton groeiende, anderzijds resulteren lokale tekorten aan grondstoffen over de hele wereld in een toenemend aantal transportbewegingen. Het is een situatie die, op weg naar een verdere verduurzaming van producten én processen, schreeuwt om passende oplossingen. Prof.dr.ir. Klaas van Breugel, emeritus hoogleraar betonmodellering en materiaalgedrag aan de TU Delft, laat zijn licht schijnen over de materie.

Van Breugel, voormalig hoofd van de sectie Materials & Environment binnen de TU Delft, bezit een ruime kennis en kunde op het gebied van grond- en hulpstoffen voor beton. Hij signaleert binnen de sector een tweetal ontwikkelingen die actie vereisen. “Milieu-impact en schaarste zijn momenteel de belangrijkste steekwoorden die leidend zijn rondom de ontwikkelingen en onderzoeken aangaande alternatieve grond- en hulpstoffen voor beton. Behalve dat de betonproductie zélf al gepaard gaat met een vrij grote uitstoot van CO2 is er op plaatsen waar veel wordt gebouwd, waaronder China, India en het Midden-Oosten, een dreigend tekort aan geschikt zand. Dat moet dan van elders worden aangevoerd. Wanneer het gaat om een dergelijk bulkmateriaal is dat niet iets wat wenselijk is. Het leidt namelijk tot zeer hoge transportkosten én een verdere toename van de CO2-uitstoot. In Nederland zitten we wat grondstoffen betreft behoorlijk aan de goede kant. We beschikken in onze contreien nog over voldoende bruikbaar zand en grind. Bovendien wordt tijdens de betonproductie veelvuldig gebruik gemaakt van hoogovenslakken en vliegas als cementvervanger. Maar wat nu als er andersoortige staalproductieprocessen worden ontwikkeld of kolencentrales niet meer gewenst zijn? Dan zit je dus zonder die grondstoffen. Het is dan ook zaak op zoek te gaan naar geschikte alternatieven.”

Microsoft Word - Foto 2 TU Delft.docDe bouwcyclus. Buitenste cirkel: traditionele bouw. Binnenste cirkel: demonteerbaar bouwen. (Bron: Eigen materiaal K. van Breugel, 2017, 2018)

Stoppen met slepen
Die zoektocht naar duurzaam getinte oplossingen vindt volgens Van Breugel zowel in de praktijk als binnen uiteenlopende onderzoeksinstituten plaats. In Zwitserland bijvoorbeeld loopt momenteel een onderzoek waarbij de bruikbaarheid van klei als cementvervanger wordt onderzocht. Dit onderzoek wordt uitgevoerd met lokale ondernemingen in India, een land waar grote behoefte is aan bouwmaterialen en klei als lokale grondstof aanwezig is. “Het gaat er in beginsel om dat we het verslepen van bouwmaterialen zo veel mogelijk moeten beperken”, aldus Van Breugel. “Simpelweg omdat het transport daarvan erg milieubelastend is. Op dit moment is 40 procent van de huidige bewegingen op de weg bouwgerelateerd. Dat moet minder. En dat kan, onder meer door gebruik te maken van lokaal beschikbare grondstoffen.”

Een ander alternatief dat als betonvervanger op dit moment veelvuldig wordt bestudeerd, betreft de zogenaamde geopolymeren. “Dit uit hoogovenslakken of vliegas samen met een activator samengesteld materiaal levert een eindproduct op dat in grote lijnen vergelijkbaar is met beton”, doceert Van Breugel. “Bovendien heeft het een microstructuur die vergelijkbaar is met die van cementsteen. Dat maakt het tot een interessante component voor het vervaardigen van alternatieve bouwmaterialen.”

Winst voor milieu én portemonnee
Last but not least kan het circulair bouwen en het vergroten van de levensduur van een constructie volgens Van Breugel stevig bijdragen aan het duurzaamheidsstreven. “Hoe langer de levensduur is, des te minder het milieu wordt belast. Over de hele wereld vinden in dat kader op dit moment onderzoeken plaats, ook bij de TU Delft. Daarbij ligt de focus op de ontwikkeling van zelfherstellende materialen die leiden tot een langere gebruiksduur van gebouwen en een afname van de onderhoudskosten. Winst voor milieu én portemonnee.”   

Tekst | Chris Elbers   Beeld | TU Delft
Uitgelichte afbeelding: 
Prof.dr.ir. Klaas van Breugel.